Lenie 't Hart Zeehondenfonds

Lenie wil een vakbond voor dieren

In het blad HART voor DIEREN heeft Lenie 't Hart een column geschreven, waarin ze pleit voor een vakbond voor dieren. Daar heeft ze veel positieve reacties op gekregen. In 2015 gaat ze dan ook samen met Stichting Dierenlot aan de slag om dat plan te realiseren.

 

Naar een vakbond voor dieren

Op 21 december is het 43 jaar geleden dat ik de eerste zeehond in mijn armen kreeg. Toen René Wentzel mij die zomer vroeg om hem te helpen bij de opvang van jonge zeehonden, riep ik enthousiast, maar zonder kennis van zaken: “Dat is goed, maar dan doe ik het wel in mijn eigen tuin, want mijn zoon is nog maar 5 jaar.” “Maak je geen zorgen”, zei hij, “Je hebt alleen in de zomer wat zeehonden en verder ben je helemaal vrij.”

Nou, dat heb ik geweten! Op 21 december kwam er een telefoontje van Rijkswaterstaat. Er was bij Lauwersoog een ploeg bezig met de dijk van de toenmalige Lauwerszee. “We hebben een zeehond”, zeiden ze. Tja, ik had nu eenmaal A gezegd en dan moet je ook B zeggen. Met mijn eendje ging ik op pad, kind achterin. En daar stonden de stoere mannen. Ze schoven de deur van hun busje open en wezen: “Daar ligt ie.” Ja, daar lag een zeehond; geen kleintje, maar eentje van een half jaar oud. En dan zijn ze al flink groot. Ik had nog nooit een zeehond vastgepakt. Maar al die mannen stonden te kijken, dus wat doe je dan? Ik stapte in het busje, sloeg de zeehond onder de arm en legde haar achter in mijn eend. Ik weet niet hoe het kwam, maar ze heeft me niet gebeten. Voelde ze dat ik haar alleen maar wilde helpen? Thuis had ik niets klaar. Maar ik groef een wasteil in de tuin en daar kwam de zeehond in. Ze knapte snel op en kon na een paar weken weer terug naar zee.

Hart-voor-dieren-columnDe passie waarmee ik toen begon, heb ik gelukkig nog steeds. Wél heb ik vanaf dat allereerste begin ontdekt hoe belangrijk het is om je kennis te delen en om te leren van mensen die jou kennis kunnen aanreiken. Want als je eigenwijs bent en denkt: “Dit doe ik wel even,” dan bereik je nooit het beste voor het dier. En dat is wat ik mijn hele leven heb gedaan: het individuele dier voorop stellen. Dan laat je alles uit je handen vallen als er een dier in nood is, ook al heb je er eigenlijk geen geld voor. Je hebt geen tijd voor fondsenwerving en ook je kennis verbeteren loopt vaak in het honderd.

Daarom ben ik zo blij met Dierenlot. Twee keer per jaar rijd ik vol verwachting naar hun bijeenkomst van dierenredders in Utrecht en iedere keer is het alsof ik daar in een warm bad terechtkom. Op die bijeenkomsten praat ik met gelijkgestemden: allemaal vrijwilligers van opvangcentra en dierenambulances die dezelfde passie delen en ook het individuele dier voorop stellen. Ik leer daar iedere keer weer. Over dieren, maar ook hoe aan geld voor dierenhulp te komen. En vooral: hoe we ons kunnen organiseren om samen sterker te staan. Want wat ik steeds vaker hoor, ook van mijn collega-dierenredders, is het groeiende probleem van onverschilligheid. Wilde en gehouden dieren worden ondergeschikt gemaakt aan onze consumptiemaatschappij: een dier is een ding geworden om geld mee te verdienen. Er worden drogredenen aangevoerd: de natuur moet zijn gang gaan, laat ze maar doodgaan, opvang is te duur of er zijn er toch genoeg. Belachelijke, door bureaucraten opgelegde protocollen leiden tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Mensen die dieren helpen worden gestraft, mensen die dieren mishandelen komen overal mee weg.

Het is tijd voor een vakbond voor dieren. Die zou een platform kunnen krijgen bij Dierenlot en een spreekbuis in dit prachtige blad. Een vakbond waar individuele dieren centraal staan. Waar we tegengas kunnen geven tegen onverschilligheid. Zo’n vakbond kan een schakel zijn tussen de directe hulpverleners en de overheid en alle andere regelmakers die teveel in de bureaucratie beland zijn en die geen direct contact meer hebben met de dierenredders in het veld en al helemaal niet meer met het dier. Vrijwilligers moeten anoniem zaken kunnen melden waar ze tegen aanlopen, zonder dat ze daarvoor afgerekend kunnen worden binnen de grote organisaties die het voor het zeggen hebben. De lezers van dit blad kunnen meehelpen om zo’n vakbond een krachtige stem te geven. Stichting Dierenlot zou die belangrijke schakel kunnen zijn. Een vakbond waarin we kunnen opkomen voor de vogels, voor de zeehonden, voor alle dieren. Ook die nu aan hun lot worden overgelaten in de Oostvaardersplassen. Want als we er niets tegen doen, gelden die regels voor de Oostvaardersplassen straks overal in Nederland.

Lenie ‘t Hart

Copyright Lenie 't Hart Zeehondenfonds © 2017