Buitenland

Over de hele wereld weet men Lenie ‘t Hart te vinden als het gaat om advies over of hulp aan zeehonden. Met tal van organisaties in tientallen landen is in de loop van de tijd een samenwerking ontstaan.

Hieronder een kleine keus uit de vele projecten:

  • Griekenland
  • Mauretanië
  • Turkije
  • Iran

Griekenland

Al decennia lang bestaat er samenwerking tussen Lenie ‘t Hart en de Griekse organisaties voor de bescherming van de uiterst zeldzame, met uitsterven bedreigde Mediterrane monniksrob (Monachus monachus).

Al in 1987 werd er een tweetal jonge monniksrobben als handbagage door Lenie naar Pieterburen gehaald om ze daar te verzorgen. Toen ze per vliegtuig teruggebracht zouden worden naar Griekenland wilde de toenmalige Griekse minister van natuur, Melina Mercouri, dat ze met de Griekse maatschappij Olympic Airways zouden vliegen. Toen bleek dat in de standaardtoestellen de faciliteiten niet geschikt waren voor dierentransport, stuurde ze een Airbus, waar ruimte was gemaakt voor de zeehonden. Omdat de dieren niet te warm mochten worden, moesten alle passagiers hun jas aanhouden.

In 1991 werd er een Jarino unit met een ligplateau en een bassin in de Eemshaven op een boot gezet. Een paar weken later arriveerde de unit in de haven van Alonnissos, een eilandje in de Noordelijke Sporaden. Dwars over het eiland werd de unit naar Steni Vala, een plaatsje aan de andere kant gebracht.

Sindsdien staat het kleine opvangcentrum daar aan de haven. Er zijn inmiddels al verschillende monniksrobben opgevangen. Aanvankelijk werd daar vaak de hulp van een Nederlandse verzorg(st)er bij ingeroepen, die de plaatselijke vrijwilligers op weg kon helpen.
Maar inmiddels wonen er voldoende getrainde en ervaren zeehondenverzorgers op het eiland, dus kunnen zij zichzelf prima redden en een opgevangen zeehond goed verzorgen.

Mauretanië

In 1991 vond een visser langs de Mauretaanse kust, “waar de Sahara in zee valt” een jonge monniksrob. Hij nam het dier in zijn armen en droeg het (urenlang) naar het kantoor van het Mauretaanse visserijinstituut (toen: CNROP: Centre National de Récherche Océanographique et de Pêche; tegenwoordig: IMROP: Institute Maurétanien de Récherche Océanographique et de Pêche). In het visserijinstituut wist men aanvankelijk niet wat ze met de jonge monniksrob moesten doen. Maar via via ontstond contact met de Zeehondencrèche, en 24 uur later arriveerden Lenie ‘t Hart en dierenarts Lies Vedder in de havenstad Nouadhibou.

In een voormalig informatiecentrum werd een aquarium omgebouwd tot zeehondenopvang. Een aantal medewerkers van het CNROP leerde hoe ze vis moesten prepareren en de jonge monniksrob konden verzorgen. Ze volgden nauwgezet de protocollen die aan de wand hingen. En na een paar maanden kon de eerste monniksrob in Mauretanië weer worden vrijgelaten. In de daarop volgende jaren zijn er nog vele monniksrobben in het – aanvankelijk geïmproviseerde, later keurig ingerichte – opvangcentrum opgevangen en met succes weer vrijgelaten.

Turkije

In het Middellandse Zee gebied, dus ook langs de kusten van Turkije en de Turkse eilanden leeft de zeldzame Mediterrane monniksrob (Monachus monachus) in grotten. Toen er een grote olievlek op één van de eilanden terecht was gekomen, heeft Lenie via Prins Bernhard geld georganiseerd voor een grote schoonmaakactie, zodat het gebied weer bewoonbaar werd voor de zeehonden.

 

Jaren later werd er langs de kust bij de plaats Foca (wat “zeehond” betekent) een jonge monniksrob gevonden. De meeste inwoners van Turkije hadden er geen idee van dat er zo’n zeldzame zeehondensoort leeft langs de kust van hun land. Meteen werd de hulp van Lenie’s team ingeroepen. De burgemeester van Foca was enthousiast en liet meteen een klein opvangcentrum bouwen, waar de jonge zeehond kon worden opgevangen en verzorgd. Heel Turkije leefde via televisiereportages mee met de ontwikkeling van “Badem”, zoals de zeehond door de Turkse kinderen was genoemd. En toen de zeehond werd vrijgelaten, wisten alle kinderen dat ze nu geen afval meer in zee mochten gooien, want “dat is slecht voor Badem”. Zo kan één zeehond al voor heel veel educatie zorgen.

Iran

In 2005 werd Lenie ‘t Hart door de UNEP (United Nations Environment Programme) uitgenodigd om over haar werk te komen vertellen op een internationale conferentie in Teheran. Daar bleek dat de Kaspische Zee, ingesloten en omringd door vijf landen, een heel kwetsbaar gebied is waarin de zeehonden (en de steur) grote problemen hebben door vervuiling, verstoring en overbevissing.

Daarom heeft Lenie ‘t Hart in 2006 een symposium georganiseerd in Pieterburen, waarbij biologen en beleidsmakers uit de vijf Kaspische Zee landen (Iran, Azerbaidjan, Turkmenistan, Kazachstan en Rusland) naar Pieterburen werden uitgenodigd om te laten zien wat je met opvang, wetenschappelijk onderzoek en voorlichting kunt bereiken.

De Iraanse overheid gaf aan dat ze wel voelden voor een pilot-project langs het Iraanse deel van de kust van de Kaspische Zee. Daarop is Lenie ‘t Hart samen met wetenschappers (o.a. bioloog Diederik van Liere) een paar keer naar Iran gereisd om met jonge wetenschappers te praten over de mogelijkheden voor een project. Er bleek veel belangstelling te zijn onder de Iraanse studenten.

Zo is het contact ontstaan met dierenarts Mostafa Shahi Ferdous, die in Nederland een paar jaar de dierenarts van de Zeehondencrèche is geweest, totdat hij bij een tragisch verkeersongeval om het leven kwam. Mostafa heeft er voor gezorgd dat het project in Iran van de grond kwam: hij heeft een paar jonge collega’s opgeleid – deels in Pieterburen en deels in Iran – zodat zij nu weten hoe ze moeten handelen bij een zeehond in nood.

De leider van het project in Iran is dierenarts Amir Sayad Shirazi. Hij heeft veel contact met de lokale vissers. Dat is belangrijk, want veel zeehonden raken verstrikt in vissersnetten. Tot voor kort wisten de vissers niet anders te doen dan zo’n angstig spartelend dier dood te slaan om hun net niet te verliezen. Maar nu nemen ze contact op met Amir, die meteen naar hen toe komt en de zeehond uit het net bevrijdt. De zeehond wordt gecontroleerd op verwondingen en de visserman krijgt een vergoeding voor zijn net: zo is iedereen tevreden en is er een zeehond gered. Inmiddels is in de vissershaven op het schiereiland Ashuradeh een klein opvangcentrum gebouwd, dat binnenkort zal worden geopend.

De populatie Kaspische zeehonden staat door vervuiling sterk onder druk. Daarom wordt er gestreefd naar samenwerking met de andere landen rond de Kaspische Zee.